Skip to main content

Ds Edo Laseur schrijft voor de regionale kranten regelmatig een column.
Onderstaande editie is begin juni gepubliceerd in De Stier, de Cuijkse krant.

Knipoog van Boven

Meetellen

Er wordt vaak gesproken over normen en waarden. Soms met ernst. Soms met luim. Iemand maakte er ooit op gekscherende wijze ‘wormen en maden’ van. Dat klinkt onappetijtelijk. Maar het geeft te denken. Immers wormen en maden werken ontbindend. Maar maken tegelijk ook ruimte voor nieuw leven.

Normen gaan over regels en gedrag. Over wat er (volgens de wet) mag. Waarden gaan dieper. Over wat de toets kan doorstaan en goed is. Als het gaat om de vraag waar we voor leven, wordt het spannend. Dat geldt voor het leven in gezinnen, maar ook voor dat tussen volken. Ook daar lijken conflicten menigmaal op hoogopgelopen familieruzies.

Ook al zou je het niet zeggen: Joden en Palestijnen zou je in zekere zin kunnen zien als familie. Twee zonen, Ismaël en Isaäk, hebben Abraham als zelfde stamvader. Twee van lieverlee uiteengaande lijnen. Via Isaäk vormt zich eerst het jodendom. Via Ismaël later de islam. De onderlinge spanning is ouder dan de beide religies zelf.

Die spanning heeft te maken met de norm van het eerstgeboorterecht. En daarmee met het antwoord op de vraag wie de aartsvaderlijke zegen krijgt. En die norm heeft weer alles te maken met deze (levens)waarde: erkend en gezien worden. Een plek krijgen. Méétellen!

Ondanks jarenlange vervreemding gebeurt er na het heengaan van Abraham iets onverwachts. Abrahams zonen Ismaël en Isaäk begraven bij Hebron sámen hun vader (Genesis 25:9). Er staat niet vermeld wie begon met toegeven. Of wie als eerste de ander de hand toestak.

Hoe dan ook: bij het graf van Abraham doen wormen en maden in stilte hun ontbindende werk. Afbraak. Maar juist daar, bij het eindpunt van de aartsvader, ontstaat een begin van nieuw leven. Wordt deze – oude – waarde als nieuw(s) herontdekt: dat ze vóór alles broers zijn.

Bij het graf van Abraham wint niet het recht, maar de relatie. Niet de claim, maar de verbondenheid. Hoe mooi kan het zijn, dat ‘zonen van hetzelfde huis weer als broeders samenwonen (Psalm 133:1)’. Moge de herontdekking van deze waarde als knipoog van Boven uitmonden in nieuwe normen voor toekomstige omgang met elkaar.

Edo Laseur, predikant van de Protestantse gemeente Uden-Veghel en Cuijk